Samenvatting deel 3

Wij hebben in het derde deel de stijging van macht gezien van de tak Hargerie met Pierre de Rasse die, nuttig door zijn verwantschap met Jacques de Lallaing, één van de grote figuren was tijdens de regering

van Philips de Goede. Hij werd kapitein van Péronne voor Charles le Téméraire alvorens verraad te plegen en tot de dienst van zijn aartsvijand Louis XI. over te gaan samen met zijn zoon Adam, kapitein van Pont Sainte Maxence en grootmeester van de artillerie. 

Met zijn kleinzoon François, die zijn opleiding had genoten bij het hof van Clèves, maakte hij kennis met een uiterst rijk leven in dienst van drie koningen: Louis XII, François I en Henri II en was tezelfdertijd hoveling, mens van oorlog, diplomaat, samenzweerder, reiziger en zelfs…, in dit begin van de 16e eeuw bij verrassing anachronist… 

Terwijl de tak Hargerie de snelle sociale stijging voortzette, werden de “de Rasse” van Doonik, vier generaties na de ruiter Ghillebert en zijn vrouw Catherine de Bailly, verdeeld in twee takken: de landelijke tak vestigde op de rijke gronden met het ploegen van Marquaim, de Vallei van Orcq en in de buitenwijk Saint Martin, waarvan nageslacht langdurig door de telling van de graaf van Chastel werd bestudeerd.

De stadstak afkomstig van Colart de Rasse was hoofdzakelijk samengesteld uit vooral handelaars en vaklieden: graveurs van steen, timmerlieden etc… 

Terwijl de tak Hargerie, vooral die van Ongnies en Soyecourt, als gevolg van de twee opeenvolgende bedden van Antoinette Bâtisseuse - de oorlog en de duels zullen doen toenemen, geeft dit belemmeringen voor het nageslacht dat zal worden overgebracht door hoofdzakelijk meisjes.

De takken van Doornik gaan verder met diversifiëren en dit dringt door tot in onze dagen.