Uit deel 4: "Onze neven uit Nederland"

(pag.328t/m331 van deel 4 van Histoire généalogique de la famille de Rasse en Pays de Pévèle, Flandre, Artois, Picardie et Tournai)

De zege van de Gouden Eeuw op het IJzeren Tijdperk, zoals die door Vondel in Amsterdam werd bezongen heeft een onderzoek door ons ten gevolge gehad van enkele “De Rassen”, die gedurende de voorafgaande tientallen jaren om godsdienstredenen moesten vluchten naar de Noordelijke Nederlanden.

We beginnen direct met het aandeel van Jeanne, de dochter van Jacques de Rasse en van Hélène Masquelier, die is gestorven in ballingschap in Londen in 1636, na te zijn overgegaan naar het Protestantisme.

Misschien komen we nog terug op broer Nicolas, die in de plattelandstak naar het  schijnt geen gelegenheid heeft gehad zich te bekeren, omdat men daar trouw was aan het Katholicisme.

Geschriften met betrekking tot de gebeurtenissen van 1566 vermelden daarentegen twee leden van de stedelijke tak die wel overstapten.

1.      Laurent de Rasse, de handelaar van het terras Saint Brice, die in werkelijkheid veel kans had gekregen over te stappen, aangezien hij profiteerde van ontslag van rechtsvervolging toen hij werd beschuldigd de informant genaamd Jean Blanchon meedogenloos behandeld te hebben, die dat ongetwijfeld wel verdiende.

2.     Pierre de Rasse, genoemd door Chotin, als een van leiders van de demonstratie van 25 Juli 1566 op la Grande Place. Het feit dat deze Pierre niet is vermeld in de Registers van de Raad van Oproer, die tegenwoordig bewaard worden in de Nationale Bibliotheek in Parijs brengen ons op de gedachte dat hij de vlucht had genomen vòòr de komst van Noircarmes in januari 1567 zonder vermist te worden en dus niet in hechtenis werd genomen en veroordeeld zoals gebeurde met zo velen anderen, die minder in zicht waren.

Nochtans, vier later jaar, in 1570 werd in Bavel dicht bij Breda, een kind geboren dat bij zijn doopsel de voornaam “Willem“ kreeg, in het Frans “Guillaume” en die de zoon was van Jan Peter Petersz de Ras, d.w.z. Jean-Pierre, zoon van Pierre de Rasse.
Deze Peter de Ras zou onze bekende “tournaisien” uit 1566 kunnen zijn waarvan de naam op de Nederlandse manier is gespeld. Niets bevestigt het onmogelijke.
Wij kennen zijn doopdatum niet maar hij was op een leeftijd om te trouwen en zou,  zeer goed een zoon met de voornaam Jean-Pierre kunnen hebben,

Het is niet gemakkelijk om een duidelijke beeld te geven maar dit is helaas het gevolg van genealogisch onderzoek, vooral wanneer, zoals hier, wij naar het verleden terugkeren, bovendien in vergelijking met zo veel andere families, hebben wij niet veel te klagen.
Pierre was duidelijk niet de enige die voor ballingschap heeft gekozen, wij zagen in het hoofdstuk de „wet van de Spanjaarden“ hoe tijdens jaren 1560 tot 1580, er tientallen zijn geweest die hun stad of hun dorp moesten verlaten om aan onderdrukking te ontsnappen. De moeilijkheid was dat men noch tezelfdertijd noch in de zelfde richting vertrok.
Begonnen vanaf 1550, versnelde de beweging na 1566 toen men zicht kreeg op de bloedige godsdienstige onderdrukking geleid door Noircarmes en vervolgens door de Hertog van Alva.
Zowel Engeland als de Verenigde Provinciëen profiteerden veel maar gedwongen verbanning is nimmer aangenaam, anderen twijfelden. Men koos voor een kortere afstand, zoals bijvoorbeeld Brussel waar men gemakkelijk ongemerkt kon verblijven,  worden vergeten en wachten op betere dagen.

Ongeveer 6.000 van die bannelingen keerden trouwens terug naar Doornik vanaf de Pacificatie van Gent in november 1576 en hadden een zeer actief aandeel in de verdediging van de stad tijdens het beleg van 1581. Na de bezetting door de Prins van Parma verplichtte deze hen opnieuw te vertrekken en deze keer zonder hoop van terugkeer, maar zoals altijd bleef een zeker aantal in de omgeving, vasthoudend zoals de massa, aan het Katholicisme.
Het merendeel was vertrokken, de emigratiebeweging kende sindsdien een zeer duidelijke vertraging maar zonder te stoppen. Nog omstreeks 1621, vertrokken talrijke tapijtwerkers van Doornik, Brugge, Oudenaarde en van Gent om in dienst te gaan bij de textielvervaardiging van Mortlake in Engeland.
Dit tot groot ongenoegen van de aartshertog Albert die, bovendien terecht, in dit vertrek een bedreiging zag voor de commerciële welvaart van Nederland.

De gehele wereld kent vandaag de dag de naam van Sangatte, omdat daar de in- en uitgang is van de continentale TransManche tunnel, waar onlangs nog een centrum werd opgericht van waar tientallen, zonder documenten, elke dag clandestien Engeland door de tunnel proberen te bereiken.
Welnu, het is Calais en Sangatte waar men het Engelse Kanaal overgaat en tevens de grens naar het Protestantisme en waar de grote migrerende manieren niet snel veranderen tengevolge van de politieke regimes….

Aan de overkant van het Kanaal maar wel recht tegenover, ligt Canterbury in Kent.
Talrijke protestantse families hebben daar reeds sinds 1550 een vluchtplaats gezocht. In 1575 had overigens de privé Raad van Koningin Elizabeth de Eerste aan de Raad van de stad gevraagd een honderdtal van deze families toe te laten en zo ontstond „The Walloon or Strangers Church“, de Waalse kerk van Canterbury onder de verantwoordelijkheid van Waalse Consistorie.

De parochiale registers  van deze „Walloon or Strangers Church” zijn uiterst zorgvuldig bijgehouden en beschermd.
Bijzondere aandacht voor 12 Mei, 1632, de registers vermelden het doopsel van “Nicolas de Rasse, zoon van Pierre”. Deze Pierre verschijnt vier jaar later weer in de registers,  maar dit keer in Londen, waar op 31 Januari 1636 een andere van zijn kinderen, een meisje! , wordt gedoopt in de hugenotenkerk in de Threadneedle Street - in het Nederlands de Draadnagelstraat.(4)
Meer dan zestig jaar scheiden die twee doopsels, deze Pierre van 1632 is zeker niet dezelfde als die van 1570. Zestien later jaren, op 20 November 1648, trouwt in Leiden, Nicolas de Rasse, uit eerste huwelijk weduwnaar van Willemijntgen Seruys met Cathalijn Costu. De getuige van dit huwelijk had de naam Jean Catteau.             

 Noot 4 van 329 op pagina 332.

In 1550 heeft de “Lord Protecteur d’Angleterre”, in naam van de jeugdige koning, Eduard VI de hugenoten vrijheid gegeven in hun godsdienstbeoefening en een kerk te openen aan Austin Friars in Londen. In Londen waar vanaf de jaren 1570 zich talrijke Walen vestigden, waren opvallend veel mensen van de textiel.
Wevers, dat is te zeggen wolkammers in de wijk van Blackfriars waar ze hun eigendommen hadden. In het jaar 1576 werden zo’n 830 stuks laken onderworpen aan een keuring, in 1582 hadden ze hier bijna 400 meter te weven.
Zoals een gedeelte van de kerkgetrouwen van Austin Friars Nederlands sprak, sprak een ander gedeelte Frans. Deze laatsten hadden hun eigen kerk gewild, alles voor het behouden van de band met andere kerken van hugenoten in Engeland, in het bijzonder die van Canterbury, Norwich en Southampton.
Het is de zelfde kerk die op 24 juli 1550 in de Threadneedle Street werd gesticht waar in het jaar 1636 het overlijden werd geregistreerd van Jeanne, de dochter van Jacques de Rasse en van Hélène Masquelier. Zoals duizenden andere gebouwen werd ook deze in de as gelegd bij de grote brand van Londen in 1666, maar werd daarna heropgebouwd.  De registers werden gelukkig in veiligheid gebracht en ontsnapten aan een ramp.
     

                            

                                                Kerk Threadneedle Street te Londen

 Op 28 April 1651 werd in Leiden de huwelijksaankondiging bekend gemaakt van Pière de Rasse, „jongmens“ ,d.w.z. ongehuwd, geboren in Offekerque, camelotbewerker , wonend in de Cruystraat in die stad en van Jacquemyne Bouleyn, eveneens wonende in de Cruystraat. De bruidegom had als getuige zijn neef Philippe Deschamps, de bruid haar zuster Mary Bouleijn, wonende Scheijstraat 5 te Leiden, Van waar kwamen zij? Zeer waarschijnlijk van Doornik of de streek van Lille, Roubaix en Tourcoing. Jacquemyne Bouleyn en haar zus Mary waren geboren in Roncq, nabij Lille. De namen van de getuigen Philippe Deschamps en Pierre Catteau komen veel voor in het gebied van Lille en in Tournai. Men vindt tegenwoordig vier maal de naam Catteau en vijftien maal de naam Deschamps in de witte pagina's in de gids van Belgacom.

Zoals wij geen andere informatie betreffende Nicolas hebben, weten we daarentegen dat Pierre in Offekerque is geboren, een dorp in het tegenwoordig Franse departement Pas de Calais.
Dit is op enkele kilometers van Calais op de route van Saint Pol-sur-mer naar een op ongeveer vijftien kilometers gelegen Sangatte.  Ook weten wij dat hij werkman van camelot was, dus arbeider in de textiel. Als Pierre werkman in de textiel was , waren zijn ouders het ook en dit verklaart misschien zijn plaats van geboorte.
De gehele streek van Picardie tot aan de kust nabij Calais was inderdaad een gebied met sterke activiteiten in de textiel. De één vervaardigde daar doeken met huidige kwaliteit of stoffen van vlas voor rekening van de handelaren in Beauvais en Amiens.

Maar was dit een voldoende reden in Offekerque te komen wonen? Zeker niet,de werklieden hier, waren voor de meerderheid boeren die van een lapje grond, soms van één of twee percelen en wat gevogelte leefden. In de tijd van hooien en oogsten werkten zij op de grote landbouwbedrijven ter plaatse en bewaarden de bediening van de weversspoel voor de lange avonden van de herfst en de winter; ze hadden geen grondstoffen, noch weefgetouw en waren dus afhankelijk van de goede wil van handelaren, die wel of niet goederen kochten naar eigen behoeften.
Het was geen doen voor een goede werkman, die verplicht werd te vluchten voor godsdienstperikelen en niet anders kon dan denken dan aan het zich vestigen in de Nederlanden of aan de overkant van het Kanaal en alles te doen voor goed beloonde textiel.

De Verenigde Provinciën boden de Belgische werklieden 200 gulden voor het vervaardigen van doeken, katoenen stoffen, tapijten, fluweel, zijde en de gouden borduurwerken, vroegere monopolies van de Belgische industrie. De  voornaamste straten van Middelburg, Leiden en, Rotterdam waren bevolkt met geëmigreerde Vlamingen, waarom Offekerque?

Naar mijn inzicht, was er geen keus maar was dit zuiver het gevolg van een toeval.
Op dat tijdstip lag het dorp op Frans grondgebied, en het was slechts een tiental  kilometers verwijderd van de grens met de Nederlanden, die liep in de directe omgeving  van Gravelines en vervolgens Bourbourg, langs Saint-Omer en Aire.
Laten we niet vergeten dat alleen in Frankrijk het Bevelschrift van Nantes van 13 april 1598, betreffende de godsdienstige vrijheid was afgekondigd, waarbij de Protestanten hun rechten als burger terugkregen alsmede de vrijheid voor het uitoefenen van hun godsdienst in alle dorpen of steden van het Koninkrijk waar dit elders in 1596 al bestond in twee plaatsen met baljuw- of drossaardschap.

Denkende aan de dag van mogelijke terugkeer naar hun geboorteplaats, hebben de ouders van Pierre er dus misschien genoegen mee genomen direct achter de grens onderdak te vinden en dat is waar Pierre rond 1620 is geboren. Een andere veronderstelling is dat ze onderweg waren en de moeder van Pierre ging bevallen toen ze voorbereidingen troffen om in te schepen naar Engeland.

Maar waarom dan toch Engeland kiezen boven bij voorbeeld Holland ?
Omdat dit de meeste zekerheid gaf. In het begin 1620 toen het Twaalfjarig Bestand ten einde liep, plaatste de recentelijke nederlaag van de Protestantse vorsten  bij de Montagne Blanche de Verenigde Provincies in een slechte positie ten opzichte  van de Spaanse krachten in combinatie met het Koninkrijk. Want tussen Engeland en het sterke Katholicisme was er… het Engelse Kanaal, van waar men goed zicht had op het tijdstip van de ramp met de Tweede Spaanse Armada die men nauwelijks hoefde te vrezen. Dat alles zou duidelijke veranderen, vooral met de Vrede van Munster van 1648.

Als we de data bekijken, is het niet onmogelijk dat onze camelotwerkman een broer is van Nicolas geboren in Canterbury in 1632 en zo ook van Jeanne geboren in Londen in 1636. Deze Jeanne mag men niet verwisselen met de andere, het meisje van Jacques en Helene Masquillier, zij was het die in dat zelfde jaar in de boeken van „ Threadneedie Kerk “ van Londen werd genoteerd maar in het overlijdensregister.
Pierre zou zijn opleiding onder landgenoten in Engeland hebben genoten alvorens naar Nederland te gaan en zich te vestigen in Leiden waar men zijn spoor vanaf op 1 December 1641 vindt, waar hij werd toegelaten als lid van de lokale nieuw gevormde kerk.

Het is eigenlijk onmogelijk de Nicolas geboren in 1632, te identificeren met Nicolas die hertrouwd in Leiden in 1648. Zestien jaar voor een jongen, is te jong om voor de tweede maal te trouwen. En nu dan?
Ik zei het reeds eerder, dat ik door Ghislaine Van Oort- De Rasse werd geïnformeerd omtrent de 'geschiedenis met Jeanne, de dochter van Jacques de Rasse, bekeerd tot het Protestantisme en in Londen in 1636 gestorven, waarvoor mijn dank.

Zo ook nu betreffende de doop van Nicolas: dank voor de zorg waarmee de registers van de Threadneedle Kerk van Londen zijn genoteerd , want klaarblijkelijk geven de parochiële registers van Doornik alleen de datum van het doopsel.
Echter, een nauwkeurig vergelijk met hetzelfde tijdstip in „Notices généalogiques toumaisiennes” geeft een dergelijk geval: dat van de jonge broer van dezelfde Jeanne, Nicolas, gedoopt op 24 Augustus 1618.
Als hij op lage leeftijd was gestorven, zou dit zijn geregistreerd, als hij was gehuwd in een andere parochie van Doornik of zijn overleden, zou dat het spoor zijn.
Als de “de Rasse” niet zoals duizenden voor het Protestantisme en het ballingschap hebben gekozen, is de veronderstelling mogelijk dat Nicolas eveneens het Katholicisme heeft afgezworen en zich bij zijn zuster voegde alvorens naar Nederland te gaan en na de dood van Jeanne in Leiden te trouwen!  Zijn geboorte in 1618 is in elk geval volkomen verenigbaar met een nieuw huwelijk dertig later in 1648.

Dit is ongeveer alles dat over het lot van verbanning tengevolge van godsdienstperikelen te zeggen valt. Wij weten tot op heden, dat minstens twee van hen van verbanning gebruik maakten: Pierre van Bavel in 1570, waar de “Van den Diepstraten” van afstammen. En Pierre van Offekerque omdat uit de verbintenis in 1651 van Pierre en Jacquemyne, afstammelingen tot in onze dagen bestaan.
De neven Benedict en Eugen de Ras, uit Berlicum en Maastricht.
Ongetwijfeld zal ik de mogelijkheid hebben hierop terug te komen, maar groeten aan beiden.